weinigwoorden.nl

Wenen, pracht en praal maar ook efficiënt en rationeel

Submitted by Luuk on Wed, 07/03/2019 - 11:13

Wenen bevalt me. De stad is modern en traditioneel tegelijkertijd. De luchthaven is ultramodern, het openbaar vervoerssysteem begrijpelijk en efficiënt, rondom de Donau, of eigenlijk  het Donaukanaal hebben ‘ze’ ooit verstandige regulerende dingen gedaan, de parken zijn elegant, aan de Ring vele publieke functies in mooie gebouwen. En je weet eigenlijk niet waar het hoofdstation is. Maar dit terzijde. Veel cultuur en infrastructuur.

In zijn standaardwerk over steden uit 1998, ‘Cities in Civilization’ schrijft Peter Hall dat Wenen lange tijd onverschillig leek voor ingenieurs en technologie. De stad hield zich bezig met de nieuwe theaterproducties, de opera, de musea en het koffiehuis. Hall schrijft dat de inwoners van Wenen: ‘were curiously indifferent to technology’. Cultuur beïnvloedde het gemoed van de Weense inwoners. De beraadslagingen in het parlement konden op weinig aandacht rekenen, daarentegen  stond de theateragenda volop in de belangstelling. Het theater belichaamde de essentie van deze stedelijke samenleving. Peter Hall beschrijft Wenen als een stad met een unieke charme omdat ze de hogere waarden van cultuur in al zijn facetten najoeg, veel consumeerde, maar zelf weinig produceerde. De stad werd vooral beïnvloed door aristocratische waarden en het hof. In alles ademde Wenen de sfeer van een residentiestad. In een aangenaam tempo sudderde het leven door, de conversaties waren beleefd en de psychoanalyse was in aantocht. Het is een zacht bedwelmend en verleidelijk beeld. Gedateerd zo rond 1900.

Ik ben me wel gaan afvragen  of dit beeld naadloos correspondeert met de toenmalige werkelijkheid. In ‘Cities in Civilization’ zocht Hall naar redenen waarom steden in de historie opeens op bepaalde terreinen gaan excelleren. Plotsklaps het sublieme middelpunt zijn van creativiteit en innovatie. En zo  is zijn boek een fascinerend relaas waaruit je redenen voor opkomst en neergang van steden kunt afleiden. En daarvoor is het nodig, volgens mij, dat Hall bepaalde facetten in steden wat overbelicht. En andere eventjes terzijde legt. Maar in het geval van Wenen moet het beeld aanmerkelijk genuanceerder zijn dan Hall beschrijft. Want, de stadsontwikkeling van Wenen laat toch een verrassend beeld zien, waaruit beslist niet valt af te leiden dat in Wenen alleen maar koffie werd gedronken.

Er was wel wat meer aan de hand. In 1850 telde Wenen 550.000 inwoners, twintig jaar later reeds een miljoen en rond de eeuwwisseling 2 miljoen. De keizerlijke residentiestad verschoot van kleur. De demografische dynamiek duwde de stad in hoog tempo naar de status van metropool. En dat betekende dat de stad op vele fronten explodeerde. Zo tussen 1850 en 1900 vallen de prestaties en vorderingen als rijpe appelen uit de bomen. In 1873 werd een eerste waterleiding vanuit bronnen in de Alpen gerealiseerd. Voor de toevoer naar de stad zijn geen pompen nodig en het water stroomt langs 30 aquaducten.  In 1874 werd de centrale begraafplaats met een omvang van 200 hectare geopend, toen de grootste van Europa. Het laatste van de grote Weense eindstations, het Südbahnhof,  werd in 1874 opgeleverd. Vanaf 1859 werd de Ringstraße, zo kenmerkend voor Wenen, in ontwikkeling genomen. Vermogende families kochten percelen en tempels van cultuur en politiek vonden ook een plek aan deze hoog gewaardeerde Ring rondom het centrum. De Donau, tot dan toe een lastige rivier die veel overlast veroorzaakte, werd door een reguleringsplan getemd. Het gevolg is dat Wenen eigenlijk niet aan de Donau ligt maar aan het Donau kanaal. Daardoor kwam aan de oostkant van Wenen veel bouwgrond beschikbaar. Ook werden in enkele jaren vijf nieuwe bruggen over de Donau aangelegd. Twee daarvan voor het straatverkeer en door de overheid georganiseerd. De overige bruggen voor de trein en hiervan lag de uitvoering bij de particuliere spoorwegmaatschappijen. Er werd tempo gemaakt.

Rationalisering en planning werden toverwoorden. Ogenschijnlijk staat dit gerationaliseerde wereldbeeld in een vreemd contrast met het door Peter Hall maar ook een auteur als Stefan Zweig gehuldigde beeld van de gecultiveerde en elegante ‘cultuurstad’ Wenen.  Deze stad had geen oog voor technologie en civiele techniek, aldus beide auteurs. Hoe zit het dan met al die hierboven gememoreerde stedelijke prestaties op het vlak van de stadsontwikkeling? In een catalogus van het Wien Museum uit 2014 wordt juist uitgebreid verslag gedaan van de zegeningen van de techniek, de ingenieurs en de grote publieke werken in die periode 1850 tot 1900. En wordt beschreven in welke mate de Wereldtentoonstelling in Wenen van 1873 als katalysator had gefungeerd voor al die prestaties op technisch en infrastructureel gebied. Het is zo bijzonder dat die werelden van rationaliteit en cultuur parallel naast elkaar konden bestaan. Tijdens de enorme impuls van de civieltechnische werken in Wenen zo vanaf 1850, behield de stad blijkbaar nog steeds een zekere onverschillige voornaamheid. Het zal toch wellicht die bijzondere omstandigheid zijn geweest van een keizer die in ‘zijn’ stad ruimte wilde bieden aan de verheven en nobele cultuur maar tegelijkertijd Wenen van residentiestad wilde opstuwen naar een metropool die kon wedijveren met Londen en Parijs. 

Keizer Frans Jozef bekommerde zich om Wenen en investeerde veel in stadsschoon in een brede zin. Ook een kwestie van cultuur misschien? En hij kon dat ook vele jaren achtereen doen. Hij was zo’n kleine zeventig jaar keizer. Hij toonde belangstelling voor de agenda van het theater maar gaf ook toestemming voor de regulering van de Donau. Helemaal afdoende lijkt deze verklaring via de keizer niet. Kennelijk bestaan er uiteenlopende beelden over de Weense stadsontwikkeling vanaf 1850 tot even voorbij 1900. Beelden die voortspruiten uit nogal uiteenlopende inschattingen over wat er zich anno 1850 in de Weense samenleving afspeelde.  Het lijken wel parallelle werelden die in Wenen worden aangeboord en die ieder op zich een deel van de bijzondere stadsontwikkeling kunnen verklaren. Maar, zoals Saul Bellow ooit schreef: ‘Niets is te raar om waar te zijn’.

Main menu

You are here

weinigwoorden.nl