weinigwoorden.nl

Schuine en platte daken in Berlijn: twee Duitslanden

Submitted by Luuk on Sat, 04/13/2019 - 17:16

Het lokt om met grote stappen door de geschiedenis te lopen, grote conclusies te trekken en grote verbanden te zien. Over het algemeen waak ik daar ernstig voor. Maar aangenaam

verrast werd ik door het boek van Patrick Dassen uit 2014, ‘Sprong in het duister: Duitsland en de Eerste Wereldoorlog’. Hij onderzoekt en beschrijft de betekenis van de Eerste Wereldoorlog in de Duitse geschiedenis. En dat zijn grote gedachten. Maar Dassen laat het niet uit de hand lopen. Heel precies analyseert hij de Duitse geschiedenis rondom de Eerste Wereldoorlog. En daar valt veel van op te steken.

De relevante en griezelige vraag in die historie is uiteraard of de gruwelijkheden uit de Tweede Wereldoorlog vanzelfsprekend voortkomen uit dieperliggende wortels in de Duitse samenleving. Zo ja, wat zijn die wortels en heeft de Duitse samenleving zich dan zo geheel anders ontwikkeld als andere westerse landen? Ging, met andere woorden, Duitsland een geheel eigen weg in de Europese geschiedenis? En lag het in de aard van die bijzonderheden dat het nazisme zich juist en zo exclusief bij onze oosterburen ontwikkelde? Veel vragen en geen definitieve antwoorden. Maar zoals gezegd, Dassen houdt de teugels stevig in handen en schotelt ons een genuanceerd beeld van Duitsland voor en na de Eerste Wereldoorlog voor. En op de vermeende continuïteit van nationaalsocialistisch gedachtengoed vanaf het Tweede Duitse Keizerrijk (1871-1918) tot WO II valt het nodige af te dingen. Duitsland droeg steeds vanaf 1871 de kiemen in zich van tegenstrijdige en onvergelijkbare ontwikkelingen. Het lijkt erop dat deze naast elkaar konden bestaan. Dassen beschrijft dat als traditie en moderniteit.

Dassen stelt dat er voor 1914  ‘twee Duitslanden’ waren. Ik citeer: ‘het militaristische, reactionaire en nationalistische keizerrijk, maar ook een Duitsland met liberalen en een gematigde sociaaldemocratische partij, die de grootste van de wereld was’. Onder de noemer traditie kunnen we scharen een conservatieve politieke structuur, een grote invloed van de landadel in Pruisen  (Junkers), een verbond tussen landbouw en industrie, met uitsluiting van de arbeiders en een levendige cultuur van buitenparlementaire belangengroepen. Deze laatsten hadden een zekere neiging tot nationalisme en het creëren van ‘Lebensraum’. Duitsers hebben, zoals Frits Boterman elders opmerkt, een ingewikkelde relatie met hun natie en dus ook met hun nationale identiteit.

Maar er bestaat ook een ander Duitsland, zo betoogt Dassen. En dat is het democratische en liberale Duitsland. Een land dat helemaal niet zo afweek van andere Europese naties. Er bestond een redelijk modern systeem van sociale verzekeringen, het land kon bogen op een onafhankelijke rechtsspraak, beschikte over een Burgerlijk Wetboek en onderhield een modern stelsel van onderwijs en wetenschap. Kortom, naast onmiskenbare conservatieve autoritaire trekken in onwrikbare bastions van macht bood Duitsland ook ruimte aan onafhankelijke liberale geluiden. Deze tegenstrijdigheid verrast en verbaast. Maar het is wel elegant op deze wijze naar de geestestoestand van Duitsland tussen 1871 en 1945 te kijken.

Het opent een interessant perspectief op de ontwikkeling van de Berlijnse stedenbouw en architectuur die mij dan weer bijzonder bezighoudt. Deels legt deze benadering van Dassen namelijk ook de breuklijnen in de stedenbouw van Berlijn bloot. Breuklijnen die we aantreffen in de vorm van confrontaties, soms zelfs provocaties, in de wijken die in Berlijn na de Eerste Wereldoorlog zijn gebouwd.  Er is enerzijds in deze periode een zeker verlangen naar een dorpse en overzichtelijke samenleving. En dat zien we in de architectuur van die periode terug. De ontworpen woningen refereren aan kleinschalige geborgenheid en zijn voorzien van de nodige ornamenten. Historische gevels, uitstekende ramen, erkertjes, voordeuren met een verwijzing naar de barok, schuine daken, kleine reflecterende raampjes en ga zo maar door. Ze roepen in gezamenlijkheid de sfeer van de nostalgische overzichtelijke buurt op.

Maar dat is één deel van het verhaal. Daar tegenover, soms zelfs letterlijk in de stedelijke ruimte , staat een andere benadering. Deze is niet zozeer op zoek naar het verleden. Deze architectuur hanteert een heel ander paradigma: grootschalige massabouw in een modern en industrieel stedelijk tijdperk. Er wordt afgezien van representatieve elementen aan de woningen, de daken zijn overwegend plat, de bouwkosten worden geminimaliseerd. de façades van de woningen zijn gelijk evenals de oriëntatie op de zon. Dit zijn nogal uiteenlopende statements over de betekenis van wonen in de stedelijke context. Teruggrijpend op stijlelementen uit het verleden of  het gelijkschakelen van de functie en de vorm. En, zoals gezegd, zijn er in Berlijn enkele zones concreet aan te wijzen waar deze uiteenlopende paradigma’s elkaar letterlijk aan de overkant van de straat ontmoeten. En moeten wij ons afvragen of deze confrontaties toevallig zijn ontstaan of bewust zijn opgezocht. Lees meer hierover in ‘De Dikke Berlijn’. En natuurlijk Patrick Dassen: Sprong in het duister; Duitsland en de Eerste Wereldoorlog’.

Main menu

You are here

weinigwoorden.nl