weinigwoorden.nl

De vroeg modernen in Berlijn

Submitted by Luuk on Sun, 08/27/2017 - 22:52

Ten tijde van de Weimarrepubliek werd bemoeienis van de staat bij de woningbouw onontkoombaar. De bouwnijverheid in Duitsland was tot dan toe gammel georganiseerd.

          

Verhoudingsgewijs moest er veel vreemd kapitaal worden aangetrokken. Rudolf Eberstadt becijfert in 1907 dat de bouwer voor circa 90% van de aanneemsom vreemd kapitaal moest aantrekken. Dat was weinig solide, zeker met een bouwnijverheid die voornamelijk kleinschalig was georganiseerd. In Berlijn had het merendeel van de bouwbedrijven 5 of minder werknemers. De Duitse hoofdstad groeide echter onstuimig. Industrialisatie en bevolkingsgroei deden de stad uit de voegen barsten. De bouwers konden dit niet bijbenen. De bouwnijverheid stortte bijna totaal in. Een andere aanpak was vereist.

         

Nieuwe partijen dienden zich aan. De woningbouw werd ontdaan van zijn particuliere en kleinschalige karakter. Coöperaties, Genossenschaften sprongen in het gat van de falende kleine bouwers. De bouw werd grootschaliger en richtte zich ook meer op de kwalitatieve tekortkomingen van de bouw in Berlijn. Met die grootschaliger bouw verdween de concrete afnemer van de woning uit beeld. De bouwende partij verloor het zicht op de eindgebruiker. En richtte zich meer en meer op anonieme doorsnee afnemers in grotere aantallen. De bouw werd gestandaardiseerd en management van de bouwkosten werd een belangrijk issue. Dat leidde uiteindelijk in de Weimarrepubliek tot de bouw van de befaamde Siedlungen aan de stadsrand. Siemensstadt, Weiße Stadt, Hufeisensiedlung, Onkel Toms Hütte. De Unesco wees zes van dit type Siedlungen aan als werelderfgoed. Ik kom er zeer geregeld en raak nooit uitgekeken.

       

Toch heeft, moet ik na een jaar research concluderen, de faam van deze Siedlungen de aandacht wat afgeleid van eerdere pioniers op het vlak van het nieuwe bouwen. Rond de voor- vorige eeuwwisseling stond een kleine bescheiden generatie architecten op, die voor leek te sorteren op het moderne bouwen, maar ook de brug wilde slaan naar de oudere, klassieke, ambachtelijke architectuur. Deze types laveerden behendig tussen de tijdsgewrichten en stromingen door.  En waren in staat te vernieuwen maar op een wijze die aansloot op de tijdsgeest. En zo fungeerden deze jongleurs met de tijd als belangrijke wegbereiders voor de latere moderne architecten uit de Weimarrepubliek. Aarzelend, en in kleine plukjes realiseerden deze architecten mooie woningbouw. Ze werden gedreven door idealen en het besef dat de doorsnee huurkazerne in Berlijn het arbeidersgezin geen goede woonomgeving bood. Tja, en hoe zou je ze noemen? In mijn over enkele weken te verschijnen nieuwe boek over Berlijn kom ik hier uitgebreid op terug. 

          

Main menu

You are here

weinigwoorden.nl